Over Salon Lunaire

Ontstaansgeschiedenis

Inspiratiebron voor Salon Lunaire, van start gegaan in januari 2004, vormden de Franse salons/cabarets van eind 19-de, begin 20-ste eeuw. Dat wil zeggen: plekken, zoals Le Chat Noir in Montmartre, waar veel te beleven viel op artistiek vlak, verrassende en nieuwe dingen werden gepresenteerd, met veel aandacht voor muziek maar ook voor poëzie, literatuur en bijvoorbeeld beeldende kunst (te denken valt aan Erik Satie, Aristide Bruant, Guillaume Apolinaire en vele anderen).

Le Chat Noir werd in 1881 opgericht door Rodolphe Salis, zoon van een limonadefabrikant en leider van een klein theatergezelschap. Het etablissement was eerst gevestigd aan de Boulevard de Rochechouart en dankte zijn naam aan een kat die Salis tijdens de inrichting van het café op straat had gevonden. In 1885 verhuisde Le Chat Noir naar Rue Victor Massé 12.

Le Chat Noir werd een populaire ontmoetingsplaats van artiesten en cabaretiers. Tot de klanten hoorden onder meer Émile Zola, Georges Rodenbach, en Léon Bloy. De chansonniers Aristide Bruant, Maurice Mac-Nab, Jules Jouy en Jean Goudezki traden er op, net als de schrijvers en dichters Georges Lorin, Charles Cros en Albert Samain. Maurice Rollinat en Jean Richepin hielden voordrachten en Erik Satie speelde er piano.

Salon Lunaire vertaalt de uitgangspunten van Le Chat Noir naar het nu. Dat resulteert in avonden met heel uiteenlopende optredens. Daarbij ligt de zwaartekracht bij muzikale performances in allerlei stijlen; zowel modern als klassiek, jazz en cabaret, plus wereldmuziek en Nederlandstalig. Er is slam poetry te horen, er zijn literaire voordrachten. Soms staat er moderne dans op het programma, en daarnaast bevat de Salon snufjes wetenschap en filosofie.